Lezing: Gewelddadige eenlingen: voorbereiding en aanvalsplanning

Spreker: Bart Schuurman

  • Schouwburgstraat 2, zaal A0.01
  • Donderdag 30 maart 2017
  • € 20,-

Lezing: Gewelddadige eenlingen: voorbereiding en aanvalsplanning


 

19.00     Welkom met koffie en thee
19.30     “Becoming a homegrown terrorist”  
20.15     “Gewelddadige eenlingen: voorbereiding en aanvalsplanning”
21.30     Borrel en napraten
22.00     Einde


Wat kunt u verwachten?
Tijdens deze lezing gaat dr. Bart Schuurman dieper in op een EU-onderzoek naar aanvalsplanning en voorbereiding van gewelddadige eenlingen. Daarnaast neemt hij u mee in de inzichten van zijn proefschrift over de Hofstadgroep waarbij hij kritisch kijkt naar de ‘geaccepteerde wijsheden’ over de oorzaken van deelname aan extremisme en terrorisme.

Een ideale gelegenheid om wetenschappelijk perspectief op actualiteiten en de laatste ontwikkeling op uw vakgebied met elkaar te bespreken.


Spreker
Bart Schuurman werkt als onderzoeker voor het ISGA aan verschillende projecten, waaronder een proefschrift over het ontstaan van de Hofstadgroep. Daarnaast richt zijn onderzoek zich op strategische onderhandelingen tussen regeringen en non-statelijke actoren, de invloed van publieke steun op het verloop van terrorisme-gerelateerde conflicten, de militair-theoreticus Carl von Clausewitz en obstakels voor Westers succes in zogeheten 'asymmetrische conflicten'


Over “Gewelddadige eenlingen: voorbereiding en aanvalsplanning”
De overgrote meerderheid van terroristisch geweld wordt door groepen gepleegd. Maar in recente jaren is er onder contraterrorisme professionals en wetenschappers toenemende aandacht voor het fenomeen van de gewelddadige eenling. Aanslagen zoals die gepleegd door Anders Breivik in 2011 (77 slachtoffers) en Omar Mateen in 2016 (49 slachtoffers) en een algehele toename van geweld gepleegd door eenlingen, lijkt een nieuwe dimensie aan de terroristische dreiging te hebben toegevoegd. Zonder connecties naar grotere groepen en de communicatie die dat impliceert, wordt het detecteren en verstoren van eenlingen als bijzonder lastig gezien door politie- en inlichtingendiensten.

Bart Schuurman bespreekt de resultaten van een EU-onderzoek die zeer praktische en concrete inzichten bieden in hoe eenlingen aanslagen voorbereiden, informatie die van groot belang kan zijn bij het opstellen van accurate dreigingsinschattingen. Minstens zo interessant is dat de bevindingen aantonen dat eenlingen feitelijk nooit ‘alleen’ zijn en dat sociale connecties cruciaal zijn voor zowel het motief als de mogelijkheid om terroristisch geweld te gebruiken. Die biedt niet alleen extra aanknopingspunten om deze dreiging vroegtijdig te onderkennen maar stelt ook kritische vraagtekens bij het huidige academische debat over dit thema.

Over Becoming a European homegrown jihadist: A multilevel analysis of involvement in the Dutch Hofstadgroup, 2002-2005
Hoe en waarom raken mensen betrokken bij Europees jihadisme van eigen bodem? Waarom gaan slechts enkelen binnen dergelijke groeperingen over tot het daadwerkelijk gebruik van terroristisch geweld? Om deze overkoepelende vragen te adresseren  onderzocht Bart Schuurman de Nederlandse Hofstadgroep; een organisatorisch ambigue groep van circa 40 jonge moslims die tussen 2002 en 2005 actief was. De terroristische aanslagen die deelnemers aan de Hofstadgroep planden en pleegden, met name de moord op cineast Theo van Gogh in november 2004, hebben een invloed op de Nederlandse samenleving gehad die nog altijd voelbaar is. Niet minder belangrijk is het gegeven dat deze groep geen unicum was, maar representatief voor het bredere fenomeen van ‘homegrown’ jihadisme zoals dat vanaf 2004 in Europa ontstond. 

De resultaten geven aanleiding om zeer kritisch te kijken naar ‘geaccepteerde wijsheden’ over de oorzaken van deelname aan extremisme en terrorisme. Radicalisering, armoede en geestelijke gezondheidsproblemen bieden geen of onvoldoende verklaringen. Schuurman beargumenteerd dan ook dat we dringend meer empirisch onderzoek naar terrorisme moeten doen om feit van fictie te kunnen onderscheiden.